|
Len van de Wouw-Holthuis over vrouwen en huizen |
|
woensdag 12 augustus 2009 |
In het weekend van 12 en 13 september houdt de Stichting KunstVesting Heusden een open Atelier- en Galerieroute. De Heusdense kunstenaars geven dan een inkijk in hun werkplaats en in hun manier van werken aan het geïnteresseerde publiek. De Scherper brengt, bij wijze van voorbeschouwing, enkele kunstenaars alvast bij u thuis. Elders in deze krant is dat Clemens Briels. Deze week ook Len van de Wouw-Holthuis.
Tekst Hugo Brouwer - Foto Hein Kunzler

Ze is zevenenzeventig, maar spreekt, gebaart en werkt met het elan van een dertiger. In alles wat ze doet toont ze gedrevenheid. Een Groningse in Brabant. Ooit eens maatschappelijk werkende, zelf moeder van een groot gezin, nu al meer dan 25 jaar een kunstschilder op zoek naar de ‘oermoeder’. Len van de Wouw-Holthuis: “De oermoeder, dat is inderdaad een belangrijk thema in mijn werk. Maar ook ‘huizen’ en Bijbelse taferelen schilder ik. Het schilderen heb ik in me, altijd al gehad. Het zit ’m in de manier waarop ik kijk. Mijn dochter zei ooit eens: ‘Jij kijkt je raam al in’. Da’s waar, alsof ik om de dingen die ik zie meteen al een lijst heb geplaatst. Op mijn 50ste begon ik echt met schilderen. Kinderen het huis uit, eindelijk veel tijd voor mijzelf. Ik sloot me aan bij het Bossche Palet en mijn ontwikkeling kwam in een stroomversnelling. Daar heb ik les gehad en de technieken geleerd. Een Bossche kunstenaar gaf me het advies zelfstandig verder te gaan. Hij herkende mijn mogelijkheden. Ik heb hard gewerkt, en was heel gedreven. Technieken oefenen, daar ging het om. Alle stijlen uitproberen. Ervaring opdoen door alles uit te proberen.”
Vrouwen centraal
“Je zegt het. Inderdaad, vrouwen zijn een belangrijk thema in mijn werk. De vrouw is het sterke geslacht, vind ik. Vrouwen, met name in ontwikkelingslanden, vormen de basis voor de maatschappij. Het onderdrukken van vrouwen, kijk maar naar Afghanistan, betekent de welvaart van het land blokkeren. Ik ben geen feministe hoor, maar bij de oermoeder is alles begonnen. Oer is oorspronkelijkheid. Eva is de grote oermoeder. Dat ze de zonde in de wereld gebracht heeft met dat verhaal over die appel, dat is maar een verzinsel. Die sufferd van een Adam beet er ook nog in. En huizen. Ik had een overzichtstentoonstelling in 2004 in Waalwijk, die had als titel ‘Huis waarin ik woon’. Zoals ik in mijn huis woon, zo woon ik ook in mijn lijf. Een huis geeft bescherming, beschutting. Dat zie je terug in mijn werk. Als driejarige bouwde ik buitenspelend al huizen van losse bakstenen. Alles wat je hier in mijn atelier ziet: de ruimte, mijn werk, is het huis waarin ik woon. Ik werk van hieruit (ze klopt met haar vuist op haar borst, HB), vanuit mijn beleving. Techniek kun je leren door heel veel te werken, da’s moeilijk soms. Maar hier in mijn binnenste, daar was het al gegeven, al heel lang.”
Twijfel
“Dan kijk ik naar mijn eigen werk en hoe langer ik kijk des te meer ga ik twijfelen, - ik kan er helemaal niks van -. Of wel? Ik heb nog zoveel mogelijkheden niet benut. Ik kom nog zoveel tijd tekort. Snap je? Over drie jaar ben ik tachtig. Schilderen is mijn levensbehoefte. Ik leg me als het ware die taak op. Ik werk heel gedisciplineerd. Dat is ook mijn aard. Ik ben wel eens ’s nachts opgestaan om een schilderij alsnog af te maken, zo kan mij dat bezig houden. Zo erg is het. Jan, mijn man, weet dat ik dat nodig heb, zo te werken. Volgens mij vindt hij dat leuk.
Mijn schilderijen hebben elk die hele persoonlijke toets. Mensen die daar affiniteit mee hebben reageren ook zo, heel betrokken, ze herkennen de thema’s. Sommigen zegt het niets. Ik ben er blij mee dat andere mensen mijn werk in huis willen hebben. Ik blijf een zoekend mens.”
|