|
De gemeente Heusden presteert goed op het gebied van integrale handhaving. Dat concludeert de rekenkamercommissie van de gemeente Heusden op basis van onderzoek dat de afgelopen maanden werd uitgevoerd. Wat is die rekenkamercommissie en waarom dat compliment?
Tekst Hugo Brouwer – Foto Hein Kunzler
De wet schrijft voor dat een officiële instantie periodiek moet onderzoeken hoe de gemeente, in dit geval het college van burgemeester en wethouders, het beleid heeft uitgevoerd. Met andere woorden: doet het college van B&W wel wat ze toezegt. En kan de gemeenteraad er wel van op aan dat de met het college gemaakte afspraken wel zijn nagekomen. Daarvoor heeft elke grotere gemeente een eigen rekenkamer. Een kleinere gemeente heeft een rekenkamercommissie. Soms hebben een paar kleinere gemeenten een gezamenlijke rekenkamercommissie. Hierin zitten onafhankelijke deskundigen die over bepaalde onderwerpen na degelijk onderzoek rapporteert aan de gemeenteraad. Het is dus de gemeenteraad die deze rekenkamer c.q. rekenkamercommissie aan het werk zet. De rekenkamercommissie van de gemeente Heusden wordt geleid door Nol van Drunen. Hij woont in den Bosch ( en is dus géén inwoner van onze gemeente) en werkt normaal als organisatieadviseur in een Tilburgs adviesbureau. De commissie telt en totaal vier leden, allen deskundig genoeg om met gezag te kunnen praten over de zaken die zij onderzoeken. De commissieleden worden voor vier jaar benoemd. Per jaar kunnen er meerdere rapporten geleverd worden, al naar gelang de behoefte van de gemeenteraadsleden. Het laatste rapport van de Heusdense rekenkamercommissie draagt als titel: Integrale Handhaving. Het volgende rapport, het onderzoek loopt al, zal over het vastgoedmanagement van de gemeente gaan.
Het meest recente onderzoek ging dus over integrale handhaving. Dat betreft alles dat te maken heeft met het verlenen en checken van vergunningen. Bouwvergunningen, milieuvergunningen en alles op gebied van bijvoorbeeld brandveiligheid, horeca, Arbowet en nog veel meer. Natuurlijk kan het college van B&W, zeg maar het gemeentelijk apparaat, niet alles op dit gebied voor 100% goed voor elkaar krijgen. Daarom moeten er prioriteiten gesteld worden. De rekenkamer kijkt ook naar of de gemeente zich wel goed aan die prioritering houdt. En of het beleid zoals dat in overleg met de raad tot stand is gekomen wel duidelijk en concreet genoeg is. Kortom: alles van het hele proces van formulering van beleid, uitvoering van beleid en evaluatie van die uitvoering wordt onder de loep gelegd. De conclusie van de rekenkamercommissie over de integrale handhaving was dat de gemeente een dikke voldoende verdient. Wat volgens de rekenkamercommissie vooral opvalt, is dat duidelijk prioriteit worden gegeven aan handhavingzaken die ‘grote noodzaak’ hebben. Deze aandachtsgebieden krijgen in de uitvoering voortdurend de juiste aandacht. Ook merkt de commissie op dat de nieuwe ‘Wet algemene bepaling omgevingsrecht’ (Wabo) – sinds 1 oktober 2010 van kracht – door de gemeente Heusden al voor een groot gedeelte wordt uitgevoerd. Verder prijst ze de goede samenwerking met externe handhavingpartners zoals politie, waterschap en provincie.
Ondanks de goede indruk die deze evaluatie op de rekenkamercommissie heeft achtergelaten, wijst ze toch op een paar tekortkomingen. Zo constateert de commissie dat de gemeente Heusden niet scherp genoeg de regels rond milieu, bouwen en veiligheid heeft geformuleerd. Daardoor is niet helder wat ze precies wil bereiken. Hierdoor is ook niet precies aan te geven of de doelen daadwerkelijk worden bereikt.
Ook blijkt dat in zo’n 20 procent van de onderzochte dossiers (uit de vorige collegeperiode) met bestuurlijke interventies is afgeweken van het gemeentelijk beleid. Ook werden burgers en bedrijven niet of te weinig betrokken bij het opstellen van het handhavingsbeleid 2009 -2012 en bij de handhavingprioriteiten.
Op basis van deze aandachtspunten doet de rekenkamercommissie een aantal aanbevelingen. De belangrijkste is dat er duidelijke doelstellingen geformuleerd moeten worden, gebaseerd op een actuele risicoanalyse. Daarnaast adviseert ze het aantal bestuurlijke interventies te beperken en stelt ze voor het huidige actieve communicatiebeleid voort te zetten. Hierdoor ontstaat meer begrip en dus meer draagvlak voor het gemeentelijk handhavingsbeleid.
Kortom: Julianastraat, mooi gedaan, maar nog effe goed opletten
|