|
Tussen 1875 en 1884 wandelde Jacobus Craanwijk door Nederland, in gezelschap van de lithografen Lankhout en Schipperus. Zijn ervaringen legde hij vast in zeven delen met de titel: ‘Nieuwe wandelingen door Nederland met pen en potlood’. Als u deze titel googelt, zult u tot uw verbazing ontdekken, dat er een groot aantal heruitgaven van deze bundels zijn geweest, de laatste nog in 2010. Het leuke van de originele versie is, dat het ook de oorspronkelijke tekeningen bevat en het fraaie Nederlands van de laat negentiende eeuw. De ‘wandelingen’ zijn uitgegeven door Kruseman & Tjeenk Willink, Haarlem 1884. Wie de zeven originele bundels wil bemachtigen, moet een flinke duit gespaard hebben. Ik ontdekte op internet een complete uitgave voor de prijs van € 1908,00.
Tekst Annelies van der Sanden – Litho’s Lankhout en Schipperus

René van Boxtel, stadsrestaurateur in Heusden Vesting, vond bij Antiquariaat Meuzelaar (Burchtstraat 4) een aantal pagina’s uit het zevende deel, waarin een hoofdstukje getiteld: ‘Langs de Maas. Van Hedel tot Woudrichem.’ Een stukje van de inleiding wil ik u niet onthouden. “Van het dek der vlugge stoomboot zullen wij vruchtbare velden, vriendelijke dorpen, welvarende steden ons zien voorbijgaan, door kostbare waterkeeringen verdedigd. Herinneringen aan den grooten, nimmer rustenden strijd tusschen den mensch en de magtige wateren zullen ook hier weêr verlevendigd worden, gelijk zij zich bij onze omzwervingen op den vaderlandschen bodem telkens en telkens weêr aan ons opdrongen. Ook de herinneringen aan der menschen onderlingen strijd zullen geenszins ontbreken. Oude steden zullen wij bezoeken en grijze burgten, om wier behoud en bezit vrij wat bloed is vergoten, en wij zullen vertoeven binnen de muren van het merkwaardige kasteel, waar krijgsgevangenen en slachtoffers van burgertwist gekerkerd werden.”
Enthousiast is Craanwijk over het bevallige dorpje Nederhemert, in een houtrijk oord. Met het veer steekt hij over naar Heusden. Hij beschrijft de wallen, het stadhuis, de haven, de straatjes en de Schuttersdoelen. Ook een aardig stukje uit de geschiedenis van onze stad gaat hij niet uit de weg. In die ruim 125 jaar is er veel veranderd, maar ook toen al was de toerist dus aangenaam verrast bij het naderen en betreden van de vestingstad. Voor uw plezier neem ik nog een paar treffende citaten over.
“Weêr zetten wij den voet op Brabantschen bodem en wel bepaaldelijk op een der treden van den houten trap, die opwaarts leidt naar de kruin der Heusdensche wallen. Van daar dalen wij af in de breede, stille straat. De zon is reeds onder, maar in de schemering van den zomeravond kunnen wij toch nog genoeg zien, om optemerken dat er goede huizen staan en vooral het stadhuis een fraaijen gevel en sierlijken toren heeft. Vooreerst blijft ons niets anders te doen, dan het logement H e t Wa p e n v a n A m s t e r d a m op te zoeken ….”
“Er zijn te Heusden enkele bezienswaardigheden en een aantal geestige stadsgezigtjes,
zoowel bij de met hooge iepen beplante wallen, waarop schilderachtige zijstraatjes
uitloopen, waar vlierboom en wingert zich beschermend uitbreiden over rijk getinte
muurtjes en daken, als in de achterbuurten der stad, waar de lijnen van oude trapgevels
rijzen en dalen, en boven het groen van 't geboomte in de tuinen de zware steenklomp
van den kerktoren en de sierlijke stadhuistoren oprijzen…”
“De voornaamste gebouwen zijn het stadhuis en de kerk. Het eerste is een fraai, antiek
gebouw, na het verbranden van het oude raadhuis in 1572, in 1588 gebouwd en in 1635 aan de voorzijde vergroot. In den laatsten tijd is het uitstekend in den ouden stijl gerestaureerd. Evenwel zou de schoone voorgevel met zijn bordes en zijn slanken, rijk versierden toren nog wel beter uitkomen, wanneer hij, in plaats van naar een straat, naar het marktplein gekeerd was.”
Het laatste citaat toont aan, dat in de negentiende eeuw al kritisch naar onze stad gekeken werd. Voor wie meer wil lezen; de gehele tekst te vinden is op http://www.dbnl.org/tekst/craa001wand07_01/craa001wand07_01_0006.php
|