|
Het systeem maakt open ramen overbodig |
|
zaterdag 02 januari 2010 |
Eerder in de Scherper berichtten wij over de eerste steenlegging van de CO2-nul-woning aan de Scheidingsstraat in Elshout. In samenwerking met zijn broer, de architect Johan van Eijk, maakte elektrotechnicus en eigenaar Michiel van Eijk het ontwerp voor dit architectonisch-technische hoogstandje. Nu het huis er staat, gingen we samen met de eigenaar na of alle doelstellingen van fase 1 gehaald zijn.
Tekst André van der Heijden - Foto Ad van Kessel

Met het gebruik van ‘passieve energie’ zit het wel goed. Het huis is duurzaam gebouwd, met speciale muurisolatie, HR++ glas en een dakconstructie die als een paraplu over het gebouw is aangebracht. Door de directe lichtinval van de op het zuiden gerichte ramen wordt een maximale hoeveelheid licht en warmte binnengehaald. “De extra grote dakoverstek zorgt ervoor dat de warmte binnengehouden wordt”, licht Michiel van Eijk toe. “Deze warmte wordt in de zomer door de vloer afgevoerd via een ingewikkeld leidingsysteem en in de bodem opgeslagen. Het luchtverversingssysteem maakt het openen van ramen overbodig. Via slimme elektronica wordt in combinatie met de Warmte Teruglever Unit (WTU) het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur genivelleerd, waardoor qua warmte en luchtvochtigheid een optimaal binnenklimaat wordt verkregen.” Op het schuin aflopende dak van de terrasoverkapping zijn tien ‘gewone’ zonnepanelen aangebracht. Die produceren een hoerveelheid energie van 1900 kilowatt uur per jaar. “Voor fase 1 voldoen deze aan de verwachtingen”, stelt Van Eijk. “Maar voor fase 2 is het afwachten wanneer de veel goedkopere nanotechniek zijn intrede doet. De daarvan afgeleide zonnepanelen zijn zeventig tot tachtig procent goedkoper en het rendement kostprijs/terugverdientijd is aanzienlijk hoger. Als we deze vergelijken met de bestaande panelen wordt de terugverdientijd wellicht gereduceerd tot drie jaar.”
Nieuwsgierig geworden door voorgaande reportages over zonne-energie informeren we naar de resultaten van de zonneboiler. “Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van een systeem met tien zogenoemde ‘heat pipes’. Dat zijn een soort thermosflessen met een zwarte binnenkant; de warmte wordt op deze manier binnen de thermosflessen vastgehouden en afgevoerd naar de bovenzijde via een verdamper die gekoppeld is aan de warmtewisselaar. De temperatuur kan bij stilstand hierin oplopen tot tweehonderd graden. Via een warmtewisselaar wordt de vloeistof rondgepompt, waardoor de temperatuur wordt overgedragen aan het waterreservoir van een gesloten systeem. Een elektronische beveiliging zorgt er voor dat de temperatuur onder het kookpunt blijft. De jaarlijkse opbrengst van het systeem bedraagt twee gigajoule. De heat pipe kost 1600 euro, zonder montage. Deze kan echter zonder veel meerkosten worden uitgebreid van tien naar twintig pijpen.” Voor de vloerverwarming wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp, die via een verticaal in de bodem aangebrachte u-buis op tachtig meter diepte de temperatuur van het grondwater aanneemt. Via de verdamper, de compressor en de warmtewisselaar wordt warm water door de buizen van de vloerverwarming gevoerd. Door het geringe verschil tussen het verwarmingswater en de gevraagde kamertemperatuur wordt een zeer gelijkmatige en niet aan schommelingen onderhevige woningtemperatuur bereikt. Het systeem koelt in de zomer en slaat dan de warmte op in de bodem en verwarmt in de winter.
De toepassing van de windmolen vormt een verhaal apart. Deze behoort tot de categorie ‘kleine windmolens’. De propeller beslaat een diameter van minder dan twee meter en is ondergebracht in een windtunnel die als Venturiebuis een verhoging van de windsnelheid tot stand brengt. Maar tot nu toe valt er weinig beweging waar te nemen. “Dat klopt”, zegt Van Eijk. “Veel mensen die hier langskomen zeggen ‘hij draait niet’. Bij een geringe windsnelheid komen de rotorbladen niet in beweging. Dit wordt veroorzaakt door de ligging. Maar bij een windsnelheid van meer dan tien kilometer per uur op de hoogte waar de molen nu staat, draait de molen ineens heel hard. Dat is natuurlijk geen optimale situatie, maar ik maak met de opstelling van de molen deel uit van een proefproject van de fabrikant. Deze heeft dertig molens uitgezet op qua hoogte en plaats verschillende locaties. Met deze testcase wil hij de invloed van turbulenties door gebouwen, bomen en andere obstakels nagaan. De condities voor de molen op deze plaats zijn erg slecht. Hij steekt niet boven de bomen uit. Bovendien zorgen de positie van de woning en de geluidsschermen van de snelweg voor een zeer onregelmatig windpatroon. Door ervaring op te doen met de verschillende condities wil de fabrikant technische verbeteringen aanbrengen.” Tot voor kort kende de gemeente Heusden geen windmolenbeleid, waardoor deze in hoogte beperkt dienden te blijven. Daar is nu verandering in gekomen, zodat de molen op grotere hoogte meer wind kan gaan vangen. Ook heeft de fabrikant toegezegd de molens in het binnenland van speciale aanpassingen te voorzien, bijvoorbeeld de software, de generator, of verhoging van het aantal rotorbladen. Hiervan verwacht hij een gunstig effect op het afgegeven vermogen, dat daardoor kan oplopen tot 2300 Watt. Daarboven zorgt een magnetische rem er voor dat de generator niet ‘op hol slaat’. De molen kost 5000 euro exclusief btw. De terugverdientijd bedraagt op een goede locatie circa acht jaar. “Maar”, besluit Van Eijk ons gesprek, “Als de btw wordt afgeschaft in plaats van overheidssubsidie zijn we nog goedkoper uit en wordt de terugverdientijd korter.”
Informatie: Mensen die geïnteresseerd zijn in alle aspecten van de CO2-nul-woning kunnen zich door Van Eijk vrijblijvend laten informeren. Tel. 06-20136108. Ook kan men terecht op www.co2nulwoning.nl
|