De Scherper

Nieuws
Colofon
Adverteren
A59 Heusden
Bedrijven in Heusden
Gemeente Heusden
Voorste Venne
Zoeken op de site

download de scherper
Lees hier de krant inclusief alle aanbiedingen (in PDF-formaat) zoals u deze ook in de bus krijgt. Het downloaden kan even duren.

> Week 20 2012
> Week 19 2012
> Week 18 2012
> Week 17 2012


klachten bezorging scherper


Ik kijk graag naar knappe vrouwen
woensdag 15 december 2010
Frans Spierings

Heusdenaren met een goed verhaal krijgen in ‘Geef me de 5’ aan de hand van vijf vragen de kans te vertellen over wat hen bezig houdt en over hun leven. Vandaag Frans Spierings uit Elshout. Het verhaal van een levenskunstenaar in vijf antwoorden.

Tekst Hugo Brouwer – Foto  Hein Kunzler

1. Wie ben je en uit wat voor nest kom je?
“Ik ben Frans Spierings en ik ben 95 jaar. Ik ben dus van 1915. Ik woon in Elshout, mijn hele leven al. Ik ben hier geboren, in een boerderij aan de Kapelstraat. Meteen na de lagere school moest ik gaan werken. Twaalf jaar was ik toen, werken bij de boeren. Van ’s ochtends vijf uur tot tien uur ’s avonds. En dat voor zes gulden in de week plus de kost. En dan ging ik ’s ochtends om vier uur al gras maaien bij de mensen om bij te verdienen. Altijd moesten we zien bij te verdienen. Ik zag mijn vrouw en kinderen nauwelijks. Dat was zwaar werk hoor. We waren erg arm toen. In 1943 ging ik werken op de melkfabriek. Ik deed er van alles. Op zaterdag moesten we tot twee uur in de nacht doorwerken, dan moesten we de tanks schoonmaken. In die tijd kreeg ik ook verkering. Met Lies Kuipers. We trouwden in 1951 na acht jaar verkering. Vierentwintig jaar geleden stond ze hier in deze kamer voor de kachel en viel ze neer. Hartstilstand. Gewoon dood, meteen. De dokters konden niks meer doen. Dat was de kwaaiste dag van mijn leven.”

2 Hoe ging dat in de oorlog?
“Wij werden op vier november bevrijd. Dat was een hel. Tientallen doden vielen er hier en in Drunen. Er waren veel granaten op Elshout geschoten. We hadden zelf een schuilkelder gemaakt. Een gat in de grond gegraven, naast de gierput en daar spoorbielzen overheen. Er viel wel een granaat op maar die kwam er niet doorheen. Als het regende stonden we in het water. In de melkfabriek sliep een Duitse soldaat om alles in de gaten te houden, een al oudere man. We kregen per week een pond boter van hem. Maar die SS’ers, die waren jonger, dat waren de kwaaien. Er zaten 47 Engelse zweefvliegtuigpiloten hier in het gekkenhuis. Die hielpen wij met onderduiken. Als de Duitsers dat wisten dan werden we doodgeschoten.”

3 En je gezin?
“Ik heb twee kinderen en twee kleinkinderen. Ze wonen hier in Elshout en in Drunen. Ja, vierentwintig jaar ben ik al weduwnaar. Ik ben nooit achter andere vrouwen aangegaan. Dat deed ik maar niet. Op mijn 70ste? Durfde ik niet. Zij of ik kan ernstig ziek worden, dan zit je er aan vast. Gelukkig mankeer ik niets. Ik heb nu wel een vriendin. Ze was hier op die herdenking van die Engelse piloten. Haar vader was piloot. Allison heet ze, ze is 51 jaar. Kijk, hier staan we op de foto. Ze komt één keer per jaar. Dan krijg je tenminste geen ruzie.”

4 Wat doe je nu zoal?
“Niet veel. Wat hout zagen, biljarten, naar verjaardagsfeestjes gaan. Ik zit echt niet de hele dag binnen, behalve met dit weer. Fietsen doe ik, naar allerlei vaste adressen. Maar de mensen gaan dood, er zijn steeds minder adressen. Naar de jeugd hoef je niet te gaan. Nee, nee. Die praten alleen maar over computers en vakanties. Om de week ga ik bij mijn dochter eten, de andere week eet ik thuis. Dan ga ik zelf bij de EMTÉ boodschappen doen. Van die kant en klaarmaaltijden, die hoeven alleen maar de magnetron in. Ik kan gelukkig goed eten.”

5 Hoe word je zo oud, welk geheim zit daar achter?
“Ik kijk graag naar knappe vrouwen. Ik heb liever een kwartier een mooie vrouw vast dan één seconde de pastoor. En elke avond een paar jonge jenever. Er is veel afgebroken in al die jaren. Ook het geloof. Dat hebben de geestelijken zelf gedaan. Wat die geestelijken niet allemaal uitgespookt hebben. Ik geloof niet veel meer. Dat er een hemel is, dat geloof ik niet meer. Het is gewoon over als je dood bent. Je kunt gelukkig niet zeggen hoe oud je wordt. Als ik mijn vaders familie nakijk dan word ik wel oud. Daar zaten er veel zo rond de honderd jaar. Ze gingen dood aan ongelukken, niet aan ziektes. Dus ik moet oppassen dat ik niet val. Haha.”
 
Share/Save/Bookmark


Slim de toekomst in
Slim de toekomst in
Geef me de 5
Geef me de 5
Geef me de 5