 Heusdenaren met een goed verhaal krijgen in ‘Geef me de 5’ aan de hand van vijf vragen de kans te vertellen wat hen bezielt. Ruth van der Steenhoven vertelt over het mooiste in zijn leven. 1 Wie ben je?
“Wie ik dan wel ben? Eigenlijk ben ik weer in de Vesting komen wonen zodat ik die vraag minder hoef te beantwoorden. De meeste autochtone vestingbewoners kennen mij omdat ze mijn vader kenden. De ‘Inwijkelingen’ zijn niet zo erg gesteld op kennismaking, dat scheelt. Veel mensen kenden ‘Willeme’ vaak zonder achternaam want Willem had een bescheiden aanplant snijbloemen in de tegenwoordige Heemtuin. Daar kon je dan bloemen kopen en als hij een goede bui had mocht je aanwijzen welke bloemen je wilde: ‘Die en een paar van die en…’ De snoepbak voor volwassenen. Omdat ik de vijf en zestig gepasseerd bent kent de zee, die leven heet, weinig golven en al helemaal geen tsunami. Rustig blijven en dagen tellen, dat doe ik nu.” 2 Wat is of was je passie in het leven?
“Ik mag wat vrijwilligerswerk doen en me uit nostalgische motieven bezig houden met het verleden en wat ik toen deed. Het hoge woord moet er maar uit: ik was poppenspeler en ik ben zelfs in de Vesting begonnen. In het pand op de hoek van de Zustersteeg en de Putterstraat, waar ooit Mie de Jong zachte zeep per pond verkocht. Daar wilde ik een poppentheater bouwen. Maar dat was geen succes. In die tijd werkte ik bij Jonker Fris en dat was wel een succes. Ik ‘zat’ in de vaten of: het tweehonderd liter fust. Houten vaten, met ijzeren banden en de echte kuipers hebben me kuipen geleerd. Net genoeg zodat ik in de aardbeientijd de vaten mee dicht kon kuipen. Nekband een beetje los, deksel erin schuiven, afbiezen (lijkt wel wat op breeuwen) nekband vast en de kopband met twee klappen van het slagijzer vast. Dan omgooien en trots zijn omdat het vat niet lekte.” 3 Wat betekent poppenspel voor jou?
“Maar het vrije leven lokte en Amsterdam lag vlakbij. De Montelbaanstoren, daar woonde ik tegenover, op de Oude Schans. Daar moest ik wel mijn weg vinden. Poppenspelers zijn Einzelgängers dus je rook aan alle stromingen en ik zat net in de tijd dat het poppenspel in Nederland ingrijpend veranderde. Nieuwe stromingen, je kent dat wel! Maar het is een wereldje op zichzelf. Laat het voldoende zijn, dat mijn dochter Cia heet naar Cia van Boort, poppenspeelster in Oisterwijk, de eerste vrouw die haar brood verdiende in poppenspel.” 4 Wat was het mooiste in je werk?
“In Weesp een eigen theater. Daarna kwam ik in Papendrecht terecht. Weer een eigen theater. Honderd zitplaatsen, twee voorstellingen per week en eindpunt van veel schoolreisjes. Maar het mooiste van het vak was voor mij: ‘beeldende vorming’ en dan deed ik ‘Poppen maken en er mee Spelen’. Drie of vier groepen maakten een spel. Zelf verhaal verzinnen, zelf poppen maken, de poppenspeler zorgt voor techniek: geluid en licht. Spannend hoor, honderd kinderen op toneel en vaak vierhonderd toeschouwers in de zaal.” 5 Heusden Vesting nu, wat zegt jou dat?
“En verdraaid: hier in de Vesting zit ik wéér. Alweer in een tijd dat er veel verandert. Het gemeentebestuur heeft bepaalde voornemens en het blijkt dat de democratie na de schaalvergroting(1) veren heeft moeten laten. Wij mogen niet meer bepalen wat er in de Vesting kan en niet kan, dat bepalen de inwoners van de Gemeente en die vinden dat die van de Vesting een arrogant clubje zijn, dat met hun monumentjes veel geld kost. Dat vonden de bewoners van Herpt, Oudheusden (tien boerderijen) en Heesbeen in 1933 ook want die werden zo maar bij Heusden gevoegd. Want toen heette de Vesting nog Heusden. De geschiedenis herhaalt zich, zegt opa.”
(1) Gemeentelijke herindeling. Red.
|